Vitaliteit volgens Tinka van Vuuren

Management Scope stelde Tinka van Vuuren, bijzonder hoogleraar Vitaliteitsmanagement aan de Open Universiteit, 15 vragen over de ontwikkelingen rondom de thema vitaliteit van medewerkers.

Hoogleraar Tinka van Vuuren studeerde arbeids- en organisatiepsychologie. Ze begon haar loopbaan als onderzoeker en docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Na een carrière bij het Ministerie van VROM en TNO is ze nu actief voor het Nederlands Instituut van Psychologen en doet ze onderzoek naar de relatie tussen enerzijds een ‘lang leven’, duurzame inzetbaarheid, gezondheid en welzijn en anderzijds het beleid van bedrijven op de Open Universiteit.

“Werkgevers die niets doen aan het versterken van de vitaliteit van hun medewerkers, krijgen het vroeg of laat voor de kiezen,” volgens Tinka van Vuuren.

Voor Van Vuuren betekent vitaliteit energiek, veerkrachtig en gemotiveerd en dat zit volgens haar niet in de leeftijd maar in de gezondheid en instelling. De zorg voor vitaliteit treft niet alleen de oudere medewerkers in organisaties. De jongere generatie moet langer werken en daardoor is het des te belangrijker dat ze werken aan hun vitaliteit. Op de vraag of werkgevers zich daarom meer moeten bekommeren om de vitaliteit van hun medewerkers, antwoord Van Vuuren; “Absoluut!” De vergrijzing zorgt ervoor dat werkgevers de “ontziemaatregelen” niet langer kunnen betalen. Hierdoor kunnen ouderen in de toekomst minder vaak worden ontzien en is het dus belangrijk dat ze gezond en vitaal blijven om te kunnen werken. Het verbeteren van de gezondheid, employement en vitaliteit van medewerkers bepalen de mate waarin medewerkers duurzaam inzetbaar zijn. Een beleid wat gericht is op duurzame inzetbaarheid is ook meer gericht op het vergroten van de draagkracht van medewerkers.

Organisaties kunnen hun medewerkers diverse tool en gesprekken aanbieden om de thema’s op de kaart te zetten in de organisatie. Maar volgens Van Vuuren is dit niet voldoende. Bedrijven moeten hun medewerkers bewust maken van het belang van vitaliteit. Het verzuimpercentage gaat de komende jaren stijgen door de vergrijzing en het aandeel ongezonde ouderen neemt toe. Maar het verzuim in Nederland wordt vooral bepaald door chronisch zieken en dat is bepalender voor het verzuim dan de leeftijd van de medewerker. Door medewerkers op jonge leeftijd te laten zien dat ze door een gezonde leefstijl langer hun werk kunnen blijven doen en hen daarbij te motiveren, zal het aantal chronische zieken in de toekomst afnemen. Daarom is het voor bedrijven volgens de hoogleraar ook belangrijk om preventief te werk te gaan in plaats van te focussen op het zo snel mogelijk aan het werk krijgen van medewerkers. Dit kan door positieve interventies te implementeren die ervoor zorgen dat medewerkers bevlogen, gemotiveerd en gezonder worden. Het gaat verder dan het voorkomen van ziekten. Het gaat om het algemeen welzijn en welbevinden, zowel psychisch als fysiek, te vergroten, aldus Van Vuuren.

Lees meer op Managementscope.nl…